De procedures en regels voor startende vliegtuigen zijn heel anders dan voor landende vliegtuigen.
Een startend vliegtuig is verplicht een bepaalde voorgeschreven route (SID) te volgen en binnen een bepaalde bandbreedte deze aan te houden totdat een bepaald punt is bereikt. Hiervan mag worden afgeweken door de luchtverkeersleiding of de piloot indien de veiligheid anders in het geding zou kunnen raken.
Voor landende vliegtuigen gelden dergelijke routes niet. Het gevolg is dat er bij landende vliegtuigen onderling veel meer variatie optreedt in de afgelegde route dan bij vertrekkende vliegtuigen. Dit past binnen de huidige wet- en regelgeving.
Voor vertrekkend verkeer geldt voor elke baan een aantal voorgeschreven vertrekprocedures. Dit zijn de SID’s. Elke SID begint bij de start en leidt uiteindelijk naar één van de internationaal vastgestelde ‘luchtwegen’ die op grote hoogte over en langs Nederland lopen.
Een SID is geen ‘voorgeschreven lijn op de grond’ die zo goed mogelijk moet worden gevolgd, maar een reeks instructies aan de vlieger, gebaseerd op navigatiebakens en/of routepunten. Per vliegtuigtype kan de uitvoering van de route verschillen al naar gelang de prestaties van het vliegtuig.
De eindbestemming van een vlucht bepaalt welke luchtweg gekozen moet worden en dit bepaalt op zijn beurt de SID die gevlogen wordt. Elk SID heeft zijn eigen bandbreedte, ook wel het tolerantiegebied genoemd.
Er zijn twee soorten navigatieprocedures actief: Visual Flight Rules (VFR) en Instrument Flight Rules (IFR). Het verschil is dat VFR vliegen “op zicht” gebeurt, waarbij kenmerken in het landschap worden gevolgd. Vliegen op IFR gebeurt door middel van radiobakens en/of GPS.
Als er geen daglicht is of er geen zicht op de grond is (zoals bij mist of laaghangende bewolking) moeten vliegtuigen in Nederland IFR vliegen. Uitgezonderd hiervan zijn politie- en traumahelikopters alsmede militaire vliegtuigen die ook ’s nachts op zicht (night-VFR) mogen vliegen.
Grote luchtvaart zal in principe altijd op instrumenten vliegen (IFR), maar kan met name bij de landing het laatste stuk ook “op zicht” vliegen (de visual approach). Als IFR gevlogen wordt, dienen vertrekkende vluchten de SID te volgen, tenzij er redenen zijn voor de piloot of verkeersleiding om hiervan af te wijken, bijvoorbeeld door ander verkeer in het gebied of weersomstandigheden.
Bij vluchten onder VFR zijn ook andere routes gedefinieerd, maar hier mag van worden afgeweken indien de verkeersleiding toestemming verleent. Dit wordt alleen geweigerd indien de vliegveiligheid in het geding komt.