CRO Rotterdam
 
CRO Rotterdam
logo_rechts.png

Dossier luchthavenbesluit RTHA

In 2014 is Rotterdam The Hague Airport gestart met een procedure om te komen tot een luchthavenbesluit. Een luchthavenbesluit is nodig als gevolg van de “Regelgeving Burgerluchthavens en Militaire Luchthavens” (RBML), dat voor alle luchthavens (met uitzondering van Schiphol) de overgang van de Luchtvaartwet naar de Wet Luchtvaart regelt.

Tot 1 mei 2013 functioneerde Rotterdam The Hague Airport (RTHA) op basis van een aanwijzingsbesluit (laatst gewijzigd op 22 september 2010), welke verankerd was in de Luchtvaartwet.

Met de inwerkingtreding van de RMBL (Stb.2009, 561) op 1 november 2009 geldt voor luchthavens een nieuw stelsel van bepalingen. Op 1 mei 2013 is het aanwijzingsbesluit vervangen door een omzettingsregeling op grond van deze RBML. Vanaf dat moment is het nieuwe stelsel voor burgerluchthavens, zoals dat is opgenomen in hoofdstuk 8 van de Wet Luchtvaart, voor RTHA van kracht. Deze omzettingsregeling moet vervangen worden door een geheel nieuw en volledig luchthavenbesluit op basis van de Wet Luchtvaart zoals voorgeschreven in de RBML.

Omdat de vraag naar vervoer via Rotterdam The Hague Airport (RTHA) de afgelopen jaren fors is gestegen en de grens van de vergunde milieucapaciteit in de omzettingsregeling bereikt wordt, is er van de zijde van de luchthaven de behoefte om in het toekomstige luchthavenbesluit meer ruimte te krijgen zowel voor de commerciële (met nadruk op zakelijk relevante) luchtvaart als voor maatschappelijk relevante c.q. spoedeisende luchtvaart, zoals trauma- en politiehelikopters.

 

Overleg Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR) met minister I&W (2018)

Op 10 april 2018 had de voorzitter van de BRR een overleg met de minister van I&W naar aanleiding van het advies van de BRR. Met onderstaande brief stelt de BRR Provinciale Staten en de gemeenteraden van Lansingerland, Schiedam en Rotterdam op de hoogte van de uitkomsten van dit gesprek. De BRR constateert dat de minister het BRR advies, waarvan de strekking is dat er geen draagvlak voor groei is maar dat ruimte voor groei van het commercieel verkeer gezocht kan worden binnen de bestaande gebruiksruimte (bijvoorbeeld door uitplaatsing van de trauma- en politiehelikopter), op hoofdlijnen steunt. Echter de minister koppelt de besluitvorming over de lange termijn ontwikkeling van RTHA aan de Luchtvaartnota 2020 -2040 (gereed 2019) en aan de herziening van het Nederlands luchtruim (níet eerder dan 2023 gereed). Tot die tijd is de minister slechts bereid te bezien of een margínale toename van de geluidsruimte kan worden vergund, indien er regionaal draagvlak is. De minister is daarbij voorstander van één geluidsruimte voor al het vliegverkeer - commercieel en maatschappelijk.

 

Advies Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR) (2017)

De Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR) heeft met het advies van verkenner Joost Schrijnen als basis een advies opgesteld aan de staatssecretaris van I&M. Een concept van dit advies is onder andere voorgelegd aan de CRO en besproken in de vergadering van 15 juni 2017. De discussie in de CRO heeft uiteindelijk geleid tot een verdeeld standpunt. De meerderheid van de CRO onderschrijft het concept BRR-advies (deel 1, 2 en 3). Een minderheid gevormd door de Luchthaven RTHA, Transavia (als vertegenwoordiger van de grote luchtvaart) en VNO-NCW West (als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven) vindt echter, dat het concept advies van de BRR (vergeleken met het advies van de verkenner) niet meer in balans is.

Na bespreking in Provinciale Staten en de gemeenteraden van Lansingerland, Schiedam en Rotterdam is het concept advies nog op enkele punten aangepast en eind augustus verzonden. Belangrijkste wijziging is de toevoeging van een passage over normen en emissies (punt 4 op blz. 4):

 

Advies verkenner Rotterdam The Hague Airport (2017)

De provincie Zuid-Holland en de gemeenten Rotterdam, Schiedam en Lansingerland, samen de Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR) hebben medio 2016 Joost Schrijnen aangesteld als onafhankelijke verkenner om te toetsen of er draagvlak is voor een nieuw luchthavenbesluit voor Rotterdam The Hague Airport (RTHA) en aan te geven onder welke voorwaarden dit draagvlak bestaat. Klik hier voor meer informatie en documenten. In februari 2017 heeft Schrijnen zijn advies aangeboden aan de BRR. De kern van zijn advies is dat hij draagvlak ziet voor het versterken van het zakelijke profiel van de luchthaven binnen de huidige vergunde milieuruimte:

Het advies is op 16 maart 2017 besproken de CRO. De discussie heeft geleid tot een unaniem standpunt van de CRO minus de leden die samen de BRR vormen (dit laatste omdat de BRR zelf zijn standpunt nog moest bepalen). De CRO is van mening, dat de verkenner zorgvuldig te werk is gegaan, dat er een goede dialoog is gevoerd en dat er een gedegen advies ligt. De CRO onderschrijft in hoge mate het advies van de verkenner en de zes door de verkenner benoemde acties. Aangevuld met enkele verzoeken is dit standpunt per brief meegedeeld aan de BRR:

 

Voortoetsen en second opinion op MER, economische onderbouwing en MKBA (2016)

Het ministerie van I&M heeft mede op verzoek van de CRO een voortoets laten uitvoeren op de MER door de Commissie voor de m.e.r. Ook heeft het ministerie een extern bureau een voortoets laten uitvoeren op de economische onderbouwing en de maatschappeljke kosten-batenanalyse (MKBA):

In opdracht van de bewonersvertegenwoordigers in de CRO heeft de TU Delft een second opnion uitgevoerd op de MKBA. De CRO heeft de kosten van dit onderzoek voor haar rekening genomen:

Medio 2018 hebben twee economen op verzoek van de Vereniging Bewoners Tegen Vliegtuigoverlast (BTV) ook nog een second opinion uitgevoerd op de MKBA:

 

Studies en rapportages Rotterdam The Hague Airport (2016)

In maart 2016 heeft RTHA de uitkomsten van de diverse studies en de MER gepresenteerd:

rapporten MER:

RTHA zet in op:

  • Extra milieucapaciteit voor een beheerst en gefaseerd groeipad (conform alternatief 3c) in de komende 10 jaar naar circa 39.000 vliegtuigbewegingen en 2,9 miljoen passagiers per jaar voor commercieel verkeer (ten opzichte van circa 22.000 vliegtuigbewegingen en 1,7 miljoen passagiers in 2015);
  • Aparte en grotere geluidsruimte voor maatschappelijk relevant (spoedeisend) verkeer (zoals traumaheli) en politievluchten (geen kannibalisatie in toekomst op commercieel verkeer).

 

Voortraject MER (2014)

RTHA heeft besloten om ten behoeve van de besluitvorming over het luchthavenbesluit niet slechts een m.e.r.-beoordeling uit te voeren maar direct een milieueffectrapport op te stellen. Hiervoor is gekozen om een zo zorgvuldig mogelijke procedure te waarborgen waarin alle relevante informatie beschikbaar wordt gemaakt. Zie onderstaande documenten:

 

 

 
©2018 - CRO Rotterdam